De stap naar Pro: een praktische gids voor (toekomstige) divemasters en instructeurs

De stap van recreatieve duiker naar Divemaster, Assistant Instructor of instructeur is meer dan alleen een volgende cursus. Het is een andere manier van kijken naar duiken: met meer verantwoordelijkheid, meer inzicht en meer aandacht voor veiligheid, begeleiding en professionaliteit.

Op deze pagina vind je een overzicht van de pagina’s die we geschreven hebben voor (toekomstige) duikprofessionals. Of je nu nadenkt over een Divemasterstage, al in opleiding bent, de stap naar instructeur wilt zetten of gewoon beter wilt begrijpen wat het werken in de duikwereld inhoudt: de onderstaande pagina’s helpen je om je weg te vinden.

Samen geven ze een praktisch beeld van de weg naar pro — van opleidingen en stages tot de vaardigheden, verwachtingen en keuzes die daarbij komen kijken.

Porto Mari in het groen
Duik  en snorkelgids Curacao
Ontdek hier de pagina's van onze Pro duikgids

Duiktheorie past op een bierviltje

Duiken is niet alleen voelen en ervaren — het is ook meten en rekenen. Hoe diep ga je? Hoeveel lucht verbruik je? Hoe lang kun je blijven? En hoe snel mag je opstijgen? Onder water draait verrassend veel om getallen. Gelukkig is dat rekenen meestal eenvoudig — alleen wat het er niet makkelijker — of veiliger — op maakt, is dat er met twee maten gemeten en twee systemen gerekend wordt.

Ik ben opgegroeid in Europa en heb leren denken in het metrische stelsel. Toen ik later leerde duiken, voelde dat vanzelfsprekend: diepte in meters, druk in bar, tankvolume in liters, verbruik in liters per minuut. Maar tegelijkertijd zag ik in dat lesmateriaal ook steeds feet, psi, ATA en cubic feet opduiken – voor mij op dat moment behoorlijk exotische dingen. Ik begon te beseffen dat duikers wereldwijd eigenlijk in twee verschillende talen rekenen.

En precies daar begint het probleem, maar ook de uitdaging. Voor Amerikaanse duikers zijn feet, psi en cubic feet geen vreemde of omslachtige eenheden, maar de vertrouwde taal waarin zij hebben leren duiken. Voor duikprofessionals buiten de VS is het daarom nuttig om dat systeem ook te leren begrijpen. Tegelijk dringt zich de vraag op of één wereldwijd systeem voor de duiksport uiteindelijk niet veiliger en logischer zou zijn.

In wat volgt bekijken we eerst hoe beide stelsels in elkaar zitten, daarna hoe ze uitwerken in de praktijk van het duiken, en ten slotte waarom standaardisering wenselijk zou kunnen zijn.

 

De alchemie van het imperiale stelsel

Laten we eerst kort kijken waar die alternatieve maten vandaan komen — een beknopte inleiding voor niet-Amerikanen op feet en inch, ounces en pounds, gallons en andere imperiale maten.

De foot is een van de oudste lengtematen die er bestaat en past in het rijtje van de el, duim, palm, (dubbele) pas, span en vadem: maten gebaseerd op delen van het menselijk lichaam. De voet als maat bestond al bij de Egyptenaren en de Romeinen, maar varieerde net zo sterk als menselijke voeten zelf. Hoewel er historisch veel varianten waren, waren tegen de 19e en 20e eeuw de Britse foot en de Amerikaanse foot praktisch identiek in gebruik. Industrie, handel en wetenschap hadden dat feitelijk “gladgetrokken” en gedefinieerd als een grote mannenvoet. Een twaalfde daarvan is een inch (in het Nederlands: duim). Van daaruit groeit het systeem verder:

12 inch = 1 foot
3 feet = 1 yard
5,5 yards = 1 rod
40 rods = 1 furlong
8 furlongs = 1 mile

Vergelijk dat met het metrische systeem:

10 mm = 1 cm
100 cm = 1 m
1000 m = 1 km

Waar het metrische systeem netjes in stappen van tien werkt, is het imperiale systeem historisch gegroeid en opgebouwd uit minder uniforme verhoudingen. Hetzelfde zie je bij massa:

1 ounce (oz) ≈ 28,35 gram
16 ounces = 1 pound (lb) ≈ 453,6 gram
14 pounds = 1 stone ≈ 6,35 kg
2000 pounds = 1 short ton (US) ≈ 907 kg
2240 pounds = 1 long ton (UK) ≈ 1016 kg

Voor gewicht bestaan zelfs meerdere systemen naast elkaar. Het avoirdupois-systeem wordt in het dagelijks gebruik toegepast, terwijl het troy-systeem wordt gebruikt voor edelmetalen — elk met hun eigen definities van ounce en pound. Daarnaast bestond er ook een apart systeem voor apothekers, met opnieuw afwijkende eenheden. Zelfs na de standaardisering in 1959 bleven er subtiele verschillen bestaan tussen Amerikaanse en Britse maten.

Ook bij volume wordt het snel complex:

1 fluid ounce (fl oz)
16 (VS) of 20 (UK) fl oz = 1 pint
2 pints = 1 quart
4 quarts = 1 gallon

Daar komt bij dat dezelfde naam soms verschillende grootheden aanduidt: een ounce kan zowel een maat voor massa zijn als voor volume (fluid ounce). Dat deze bij water ongeveer overeenkomen, is historisch zo gegroeid — en precies dat maakt het systeem minder transparant. Tegenwoordig zijn al deze maten exact gedefinieerd ten opzichte van het metrische systeem. Een inch is bijvoorbeeld precies 2,54 cm, een pound exact 0,45 kg (met nog veel meer cijfers achter de komma), en een US gallon – iets kleiner dan een UK gallon – 3,78 liter (ook met veel meer cijfers achter de komma).

Voor wie ermee is opgegroeid werkt dit systeem prima. Maar voor wie van buiten komt, voelt het al snel als een vorm van alchemie: een historisch gegroeid geheel met een minder directe interne logica. Tegelijkertijd zijn voor Amerikaanse duikers feet, psi en cubic feet geen vreemde of omslachtige eenheden, maar juist de vertrouwde taal waarin zij hebben leren denken over duiken. Voor duikprofessionals buiten de Verenigde Staten is het daarom niet genoeg om dit systeem af te wijzen als een achterhaald middeleeuws systeem — het is minstens zo belangrijk om het te begrijpen en te kunnen vertalen. Wie met internationale duikers werkt, moet dus niet alleen een taal als Engels beheersen, maar ook een tweede manier van meten en rekenen. Al spreek je nog zo vlot Engels, als je uitsluitend in meters en bar denkt, mis je soms net die aansluiting. Een goede duikinstructeur is daarom in staat om soepel tussen beide systemen te schakelen.

In wat volgt bekijken we de belangrijkste eenheden waarin die verschillen in de praktijk van het duiken zichtbaar worden.

Duiktheorie past op een bierviltje

We hebben het allemaal moeten leren: duiken. Of misschien sta je net op het punt om ermee te beginnen. Dan staat je een spannende reis te wachten. 

Leren duiken betekent dat je een aantal praktische vaardigheden onder de knie krijgt, maar ook dat je enige theoretische kennis opdoet. Bij de meeste sporten – zoals skiën, surfen, tennissen of kajakken – leer je vooral door te oefenen. Alleen bij een paar activiteiten, zoals vliegen, parachutespringen of zeilen, speelt theorie ook een duidelijke rol. Duiken hoort in dat rijtje thuis, en misschien wel meer dan welke andere sport ook.

In de praktijk leer je bijvoorbeeld hoe je je ademautomaat en masker schoonblaast, hoe je je oren klaart, hoe je lucht deelt in een out-of-air-situatie, hoe je efficiënt met vinnen zwemt en hoe we met handsignalen met elkaar communiceren. Maar leren duiken betekent ook dat je begrijpt wat er gebeurt als je onder water gaat: hoe diepte en waterdruk toenemen, wat dat doet met het volume en de dichtheid van de lucht die we ademen, en hoe ons lichaam daarop reageert. Dat geheel noemen we duiktheorie.

Duiktheorie lijkt soms ingewikkeld. Tabellen, computers, gaswetten, veiligheidsregels… Maar de basis van duiken is eigenlijk verrassend eenvoudig. Als je de belangrijkste principes begrijpt, kun je bijna alles in het duiken herleiden tot een paar simpele regels. Sterker nog: de essentie van duiktheorie past eigenlijk op een bierviltje. Letterlijk — kijk maar.