Werken als duikprofessional
De realiteit achter het droomleven
Vrijwel iedereen die duikprofessional wordt, begint vanuit dezelfde motivatie: liefde voor het duiken. Je herkent het waarschijnlijk wel: je leeft toe naar je volgende duik. Je kijkt filmpjes, leest artikelen, praat erover met anderen. Duiken is iets bijzonders — iets waar je tijd voor maakt. Het wordt meer dan zomaar een hobby. Het wordt iets waar je alles omheen organiseert.
Ik heb zelf leren duiken in de marge van een academische carrière. Duiken deed ik in mijn vrije tijd, naast een bestaan dat draaide om onderzoek, onderwijs en internationale conferenties. Vrijwel elke reis werd automatisch ook een duikreis — of in ieder geval: een poging daartoe.
Mijn Open Water-cursus deed ik na een congres in Singapore. Tijdens een winter school in Athene ging ik op een vrije dag twee duiken maken — en spontaan ook een Nitrox-cursus. Voor en na een workshop in Kaapstad reserveerde ik extra dagen om te duiken in kelpwouden en om de grote witte haaien te zien. Mijn veldwerk in Guinea-Bissau (West-Afrika) begon of eindigde ik het liefst in Kaapverdië of in Dakar, Senegal omdat ik daar dan ook een dag of twee kon duiken. Zelfs vakanties met het gezin kregen al snel een tweede agenda: kon er ook gedoken worden? Zo kwamen we onder andere in Portugal, Egypte en uiteindelijk op Curaçao terecht.
Op een gegeven moment merkte ik dat er iets verschoof. Ik stak meer tijd en energie in het uitzoeken van duikmogelijkheden dan in het programma waarvoor ik eigenlijk reisde. Ik zocht uitgebreid uit of er in Ghana gedoken kon worden (dat bleek uiteindelijk niet haalbaar), verdiepte me in obscure duiklocaties in de buurt van São Paulo (te ingewikkeld), en probeerde duiken te organiseren in Denemarken (logistiek verrassend lastig). Duiken was geen hobby meer die “erbij” kwam. Het werd iets waar alles omheen begon te draaien. En dan is de stap naar werken in het duiken ineens een stuk kleiner.
Het klinkt als een logische volgende stap. Als je iets graag doet, waarom zou je er dan niet je beroep van maken? Maar ergens onderweg verandert er dan wel iets. Duiken is niet langer iets waar je naartoe leeft. Het wordt iets wat je elke dag doet. Ook als je moe bent. Ook als je een keer geen zin hebt. Ook als de omstandigheden niet ideaal zijn. Dat is geen probleem — maar het is wel een realiteit waar je je bewust van moet zijn. Wie van zijn hobby zijn werk maakt, moet op zoek naar een nieuwe hobby. Dat betekent niet dat het plezier verdwijnt. Maar het betekent wel dat het verandert.
In dit hoofdstuk kijken we naar het leven achter het werk van een duikprofessional.
We gaan in op wat het betekent om van je hobby je beroep te maken, en hoe die verandering je relatie met duiken beïnvloedt. We bespreken de realiteit van werken in de duikindustrie: van inkomen en carrièrekeuzes tot de sociale dynamiek en het dagelijks werken met mensen. Ook staan we stil bij minder zichtbare aspecten, zoals verantwoordelijkheid, fysieke belasting en de grenzen die je voor jezelf moet bewaken. Tot slot kijken we hoe je het werk op de lange termijn volhoudt — en hoe je het plezier in het duiken behoudt.

Er wordt vaak romantisch gedaan over werken in de duikindustrie. Zon, zee, vrijheid. Duikscholen en duikinstructeurs vinden het leuk om de mensen buiten de duikindustrie wat jaloers te maken en posten regelmatig foto’s van witte stranden en azuurblauwe zee met daaronder een kreet als “Another day at the office.” Living the dream, is nog zo’n slogan die vaak geplakt wordt op het werk duikindustructeur, niet in de laatste plaats door divemasters en duikinstructeurs zelf. We doen actief mee aan die beeldvorming. Voor duikscholen is het marketing dat klanten weer moet doen verlangen naar de volgende duiktrip. Voor duikprofessionals zijn dit soort beelden en berichten op hun social media de verantwoording naar familie en vrienden thuis van de niet alledaagse keuze voor dit soort leven, een verantwoording die blijkbaar regelmatig in geuren en kleuren verkondigd moet worden.
En deze beeldvorming geeft inderdaad een beeld van ons werk. Maar het is een erg optimistich, rooskleurig beeld, geen volledig beeld. Wie serieus een carriere in de duikindustrie overweegt zou een wat realistischer beeld van het leven en werk moeten ontwikkelen voor hij of zij eraan begint, anders dreigt een teleurstelling. Wie realistiche verwachtingen heeft staat steviger in de schoenen dan iemand die een naief droombeeld najaagt.
Laten we beginnen met wat je waarschijnlijk al weet: de meeste duikprofessionals verdienen geen hoog salaris. Wie een carriere als bijvoorbeeld verpleegkundige, leerkracht, verkoper inruilt voor een leven als duikprofessional onder de zon moet vaak genoegen nemen met de helft of minder geldelijke beloning en ook met een stuk minder sociale verworvenheden als sociale zekerheid, pensioensopbouw e.d. Het werk van een duikprofessional vindt meestal plaats in landen en delen van de wereld waar arbeidsomstandigheden – zeker voor expats en tijdelijke werkers uit het buitenland – een stuk schraler zijn dan in Nederland of Belgie. Bovendien vindt veel van het werk in de duikindustrie ook in de grijze zone plaats tussen officieel werk in de formele sector en informeel onbelast werk.
Het inkomen van een duikprofessional bestaat vaak uit een combinatie van een basisvergoeding, fooien, overuren voor bijvoorbeeld een nachtduik, en soms commissie op cursussen of verkoop. Bovendien is het in veel gevallen seizoenswerk. Dat betekent dat je inkomen kan fluctueren. Dat je soms harder werkt voor hetzelfde geld. Op veel plekken in de wereld wordt er van je verwacht dat je tijdens het hoogseizoen zes dagen in de week inzetbaar bent. En wanneer het seizoen weer voorbij is, houdt je contract ook meteen op.
Sommige duikindustructeurs combineren hun werk in de duikindustrie dan ook met ander seizoensgebonden werk zoals dat van een skiinstructeur. Dit betekent dat je 2x per jaar moet verhuizen: na afloop van het winterseizoen van de bergen naar de zee en na afloop van het zomerseizoen weer andersom. Wij hadden een tijdje een instructeur uit Nederland in dienst die zijn jaar indeelde in 4-5 maanden in Andorra (in de Pyrreneeen) en 4-5 maanden op Curacao en tussendoor familie in Nederland of in Chili bezocht. Dit is een mooi en interessant leven als je jong bent, maar meestal niet iets wat iemand een levenlang volhoudt. Zeldzaam zijn de mensen die een levenlang aan de verleiding kunnen weerstaan om zich ergens te settelen. Een serieuze relatie of het krijgen van kinderen dwingt iemand vaak om voor meer standvastigheid te kiezen en het vrije leven als duikprofessional weer in te ruilen voor een degelijker alternatief.
Er zijn overigens verschillen in beloning tussen divemasters en instructeurs. Een divemaster begeleidt en ondersteunt. Een instructeur geeft cursussen en draagt eindverantwoordelijkheid. Dat vertaalt zich meestal ook in meer verantwoordelijkheid, meer werkdruk, maar ook meer mogelijkheden om te verdienen. Of je instructeur “moet” worden, hangt af van wat je zoekt. Niet iedereen wil of hoeft die stap te maken.
Een vaak gehoorde reden om geen instructeur te willen worden is omdat divemasters mooiere duiken maken dan instructeurs, of (nog) niet bereid zijn om de verantwoordelijk van een instructeur te willen dragen. Daar tegenover staat dan weer dat het werk als instructeur vaak wel gevarieerder is dan dat van een divemaster: waar een DM alleen maar begeleide duiken mag maken, kan een instructeur ook nieuwe duikers opleiden, introductieduiken doen, en zich verder bekwamen om diverse cursussen te geven. Uiteindelijk wordt bijna iedereen die wat langer in de duikindustrie blijft werken toch wel instructeur.
Wat wel belangrijk is om te beseffen: Je wordt er niet rijk van. Maar je kunt er wel rijk van leven. In ervaringen. In vrijheid. In de plekken waar je komt en de mensen die je ontmoet. Minstens zo belangrijk is de sociale dynamiek van de duikwereld.
De duikwereld is klein. En tegelijkertijd voortdurend in beweging. Je werkt met mensen uit verschillende landen, met verschillende achtergronden. Op een gemiddelde dag hoor je meerdere talen door elkaar en werk je met gasten en collega’s die elkaar anders waarschijnlijk nooit ontmoet zouden hebben. Je bouwt snel een band op — vaak in een paar dagen al. Samen duiken creëert een vorm van vertrouwen die je in weinig andere situaties zo snel opbouwt. Je deelt een ervaring die voor veel mensen spannend of bijzonder is, en dat schept verbinding.
Maar diezelfde wereld is ook vluchtig. Mensen komen en gaan, seizoenen wisselen, collega’s vertrekken en nieuwe mensen komen erbij. Je went eraan dat iemand met wie je intens hebt samengewerkt, er een paar weken later niet meer is. Vriendschappen ontstaan snel — en verwateren soms net zo snel weer, simpelweg omdat iedereen weer ergens anders naartoe gaat. Dat hoort erbij. En daar moet je tegen kunnen.
Een ander typisch aspect van dit werk is dat je heel veel mensen ontmoet, maar weinig echt leert kennen. Je ziet elke dag nieuwe gezichten, voert gesprekken, deelt ervaringen en begeleidt mensen onder water. Maar vaak blijft het bij die paar dagen. Na verloop van tijd ontstaat er een soort herkenning zonder context: je herkent gezichten, weet dat je samen gedoken hebt en misschien nog waar of wanneer — maar de naam? Die ben je kwijt.
Dat overkomt iedereen. Niet omdat je ongeïnteresseerd bent, maar omdat je simpelweg met zoveel mensen werkt dat het onmogelijk is om alles te onthouden. Soms gebeurt het ook andersom: dat je iemand herkent en dat er ineens een heel verhaal terugkomt.
Op een dag liep er een jongen de winkel binnen die ik meteen herkende. Zijn naam wist ik niet meer, maar de situatie nog wel. Ik had zijn Advanced-cursus met hem gedaan, een jaar of twee eerder. Hij zou die cursus samen met zijn vriendin volgen, maar zij haakte al na de eerste duik af. Ik zie haar nog zo voor me: tijdens die duik hield ze haar ademautomaat de hele tijd in haar hand. Niet in haar mond — in haar hand.
Na de duik heb ik haar apart genomen en gezegd dat ze zich volgens mij nog niet helemaal op haar gemak voelde onder water. Daarop gaf ze, met tranen in haar ogen, toe dat ze het duiken eigenlijk helemaal niet fijn vond. Dat ze het alleen deed voor hem — en dat ze hem niet wilde teleurstellen, maar er eigenlijk het liefst meteen mee wilde stoppen. Dat zat diep. We hebben toen met z’n drieën gesproken en waren het er uiteindelijk over eens dat duiken niet iets is wat je voor een ander doet. Je doet het voor jezelf — of je doet het niet.
Ik ben daarna met hem alleen verdergegaan. Hij genoot er namelijk wel echt van en heeft uiteindelijk nog meerdere specialty-cursussen gedaan. Toen hij nu weer binnenkwam, wist ik dat allemaal nog. Ik herinnerde me zelfs dat zij huisarts was, dat ze het jaar daarna in verwachting was, en dat ze nu dus voor het eerst met z’n drieën reisden. Ik wist nog hoe we het destijds financieel hadden afgehandeld, naar wederzijdse tevredenheid. Die hele situatie kwam meteen terug — alleen zijn naam niet.
Dat is precies hoe het vaak werkt. Je onthoudt momenten, situaties en gesprekken die indruk maken, maar namen verdwijnen soms naar de achtergrond. En dat is niet erg. De beste manier om daarmee om te gaan is eenvoudig: wees eerlijk en maak het niet groter dan het is. “Help me even — ik weet nog dat we samen gedoken hebben, maar je naam is me even ontschoten.” Mensen begrijpen dat. Sterker nog: ze herkennen het. Zelfs als je iemand alleen nog maar vaag herkent.
Voor hen was jij die instructeur die ze heeft leren duiken tijdens die geweldige vakantie — vaak een once-in-a-lifetime ervaring. Voor jou waren zij één van de velen die je hebt begeleid of opgeleid: passanten in je dagelijks werk. Sommige zie je nooit meer terug, anderen blijven terugkomen en leer je uiteindelijk wel beter kennen.
Een ander voorbeeld. Een jongen appt me om te zeggen dat hij weer naar het eiland komt en graag opnieuw met ons wil duiken. Zijn naam herken ik meteen. Dus ik doe mijn huiswerk en zoek hem op in onze agenda. Ik vind twee personen met dezelfde naam, allebei ongeveer dezelfde leeftijd, allebei begin dertig en allebei een Open Water-cursus gedaan samen met hun vriendin. Van allebei heb ik herinneringen: waar ze vandaan komen, wat ze doen, hoe ze waren. Maar het begint door elkaar te lopen. Is dit Joey van Brenda, de stewardess? Of Joey van de zus van Rico, van die fitnesskledinglijn?
Ik overleg met een collega. Ik zeg dat ik het gewoon ga vragen. Mijn collega zegt dat dat echt niet kan en dat ik er op een andere manier achter moet zien te komen. Ik slaap er een nacht over en besluit het uiteindelijk toch gewoon te vragen. Het antwoord: “Ik ben — of was — Joey van Brenda, de stewardess. Maar wij zijn inmiddels niet meer samen. Ik kom nu met Ilse, mijn nieuwe vriendin.” Daar hebben we later, met z’n allen, nog hartelijk om gelachen.
Wat vaak belangrijker is dan de naam, is dat je iemand herkent en die eerdere ontmoeting erkent. Dat maakt dat iemand zich gezien voelt.
Tegelijkertijd vraagt deze dynamiek ook iets van jezelf. Je moet leren omgaan met het tijdelijke karakter van veel contacten en met het feit dat niet elke klik een langdurige vriendschap wordt. Dat kan ook niet. Als je met iedereen die je op je werk ontmoet een hechte band moet onderhouden, heb je aan 24 uur per dag niet genoeg.
Voor veel duikprofessionals zit juist daarin ook de charme van het vak: de afwisseling, de constante stroom van nieuwe mensen en de verhalen die daarbij horen. Het is overigens niet uniek voor duiken — iedereen die in toerisme of horeca werkt, herkent dit patroon. Maar in het duiken is het vaak intenser, omdat je samen iets beleeft dat voor veel mensen bijzonder en persoonlijk is.
En uiteindelijk ben je zelf ook onderdeel van die beweging. Je bent niet alleen degene die blijft terwijl anderen komen en gaan — op een dag ga je zelf ook weer verder. Sommige mensen houden dit leven jarenlang vol, maar voor de meesten is het een fase: een paar maanden, een paar jaar. Bijna altijd is het een periode die je bijblijft, die je vormt, en waar je later nog vaak met een zekere nostalgie op terugkijkt.
Als duikprofessional werk je niet alleen met duiken — je werkt met mensen. Elke dag opnieuw. Met verschillende niveaus, verwachtingen en persoonlijkheden. Sommige duikers zijn ontspannen en ervaren. Anderen zijn onzeker, gespannen of juist overmoedig. Het is jouw taak om daar doorheen te kijken. Om te zien wat iemand nodig heeft — ook als die persoon dat zelf nog niet goed onder woorden kan brengen. Dat begint vaak al vóór de duik: in de eerste gesprekken, tijdens de briefing, in hoe iemand zich gedraagt.
Een belangrijk deel van je werk is verwachtingen managen. Niet alles mooier maken dan het is. Maar wel duidelijk, eerlijk en positief blijven. Een goede duikprofessional zorgt niet alleen voor een veilige duik — maar ook voor een goede ervaring. En die twee zijn vaak sterker met elkaar verbonden dan je denkt.

De duikwereld heeft een sterke sociale kant. Er wordt samen gewerkt, maar ook samen gegeten, gedronken en uitgegaan. Dat maakt het werk leuk en verbindend. Je leert mensen snel kennen, bouwt vriendschappen op en deelt ervaringen die voor veel mensen bijzonder zijn. Tegelijkertijd brengt die sociale dynamiek ook risico’s met zich mee. De grens tussen werk en vrije tijd vervaagt gemakkelijk, de druk om mee te doen kan groot zijn, en het is verleidelijk om mee te gaan in gewoontes die op de korte termijn gezellig lijken, maar op de lange termijn minder onschuldig zijn.
Alcohol speelt daarin vaak een rol, maar ook drugsgebruik komt voor in de industrie — soms openlijk, soms meer op de achtergrond. Het is belangrijk om daar realistisch in te zijn. Niet iedereen gaat daar hetzelfde mee om, maar vrijwel iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken. Wat je buiten werktijd doet, heeft echter direct invloed op hoe je functioneert onder water. En onder water draag je verantwoordelijkheid voor anderen. Dat betekent dat je keuzes moet maken en dat je grenzen moet stellen — niet omdat het moet van iemand anders, maar omdat het onlosmakelijk verbonden is met professioneel gedrag.
Over drugsgebruik wil ik hier expliciet zijn. Binnen de duikwereld — en breder binnen de toeristische sector — bestaat soms een cultuur waarin drugsgebruik wordt genormaliseerd of zelfs geromantiseerd. Het wordt gepresenteerd als iets wat erbij hoort, iets wat je een keer geprobeerd moet hebben, of iets wat je onder controle kunt houden zolang je het “met mate” doet. Dat beeld klopt niet. De realiteit is dat drugsgebruik voor veel mensen niet onschuldig blijft. Het kan leiden tot afhankelijkheid, tot verlies van controle en uiteindelijk tot schade — voor jezelf en voor anderen. Dat zie je misschien niet meteen, maar het gebeurt wel. Wie even om zich heen kijkt of navraag doet, ziet hoe vaak het misgaat en hoeveel levens erdoor ontsporen.
Je kunt jezelf vertellen dat jij er wel verstandig mee omgaat. Dat het bij jou bij een keer blijft, dat jij je grenzen kent en dat jij er geen last van hebt. Misschien is dat zo. Maar zelfs dan is het de vraag wat je precies normaliseert door eraan mee te doen. Welke cultuur je in stand houdt, en welk voorbeeld je geeft aan collega’s, trainees en gasten. Als duikprofessional heb je een verantwoordelijkheid die verder gaat dan jezelf. Je werkt in een omgeving waarin veiligheid centraal staat, waarin mensen op jouw oordeel vertrouwen en waarin jouw alertheid het verschil kan maken. Die verantwoordelijkheid verdraagt zich slecht met middelengebruik dat je scherpte, je inschattingsvermogen of je discipline ondermijnt — ook als dat effect niet altijd direct zichtbaar is.
Daar komt nog een andere dimensie bij die vaak buiten beeld blijft. Drugs zijn niet voor niets verboden middelen. De productie en distributie ervan gaan gepaard met criminaliteit, uitbuiting en geweld. Door eraan mee te doen — hoe klein of incidenteel ook — draag je bij aan een systeem dat voor veel mensen schadelijk is. Dat maakt het geen neutrale of vrijblijvende keuze, maar een keuze met bredere consequenties.
Wat voor drugs geldt, geldt in grote mate ook voor alcohol, al is dat sociaal veel breder geaccepteerd. Op een tropisch eiland dat tegelijkertijd een vakantiebestemming is, is er iedere avond wel ergens een happy hour en is er altijd wel een reden om iets te vieren. Voor gasten hoort dat bij hun vakantie. Maar als je er woont en werkt, ligt dat anders. Wat voor een vakantieganger een week of twee vol te houden is, wordt op de lange termijn simpelweg onhoudbaar — financieel, fysiek en mentaal. Wie merkt dat hij of zij iedere avond meegaat en steeds vaker met een kater opstaat, zal vroeg of laat tegen zijn eigen grenzen aanlopen.
Grenzen stellen is in deze context geen beperking van je vrijheid, maar juist een voorwaarde om je werk goed en veilig te kunnen doen. Het betekent dat je bewust kiest voor wat je wel en niet doet, en dat je verantwoordelijkheid neemt voor de rol die je hebt. Dat maakt je niet minder sociaal, en het maakt je werk niet minder leuk — integendeel.
Sterker nog: het is misschien wel één van de meest onderschatte vormen van professionaliteit. Nee zeggen tegen drank of drugs op momenten dat het makkelijker zou zijn om mee te gaan, getuigt van karakter, van visie en van verantwoordelijkheid. Het leven is enerzijds leuk genoeg en anderzijds ook al ingewikkeld genoeg zonder drugs en overmatig drankgebruik. Dit geldt dubbel en dik voor een duikprofessional. Wie dat eenmaal doorheeft, hoeft er eigenlijk niet lang meer over na te denken.
Als duikprofessional ben je nooit alleen maar “een duiker”. Je rol gaat verder dan het uitvoeren van een duik of het begeleiden van een groep onder water. Je bent tegelijkertijd begeleider, aanspreekpunt en voorbeeld. Mensen kijken naar je — vaak zonder dat je het doorhebt. Ze observeren hoe je je gedraagt, hoe je beslissingen neemt, hoe je reageert op situaties. En ze nemen dat gedrag over, soms bewust, maar vaak ook onbewust.
Dat maakt dat professionaliteit niet ophoudt bij de briefing of het moment dat je het water in gaat. Het strekt zich uit over je hele werkdag — en eigenlijk ook daarbuiten. Hoe je met mensen omgaat, hoe je communiceert, hoe je met vermoeidheid omgaat, hoe je grenzen stelt: het zijn allemaal signalen die anderen oppikken en meenemen in hun eigen gedrag.
Consistentie is daarin essentieel. Niet af en toe scherp zijn, maar consequent. Niet alleen wanneer het druk is of wanneer er toezicht is, maar juist ook op de momenten dat niemand lijkt te kijken. Juist dan laat je zien wie je werkelijk bent als professional.
Je kunt geen veilige duikleider zijn als je je eigen grenzen niet bewaakt. Dat geldt fysiek — weten wanneer je moe bent, wanneer je rust nodig hebt — maar ook mentaal. Het vraagt dat je eerlijk bent tegenover jezelf over je eigen conditie, je scherpte en je belastbaarheid. Soms betekent dat dat je een stap terug moet doen, een duik moet overslaan of hulp moet vragen. Dat zijn geen zwakke keuzes, maar professionele keuzes.
Professionaliteit zit zelden in grote, zichtbare momenten. Het zit juist in kleine, herhaalde beslissingen. Op tijd stoppen in plaats van nog “één laatste duik” doen. Rust nemen wanneer dat nodig is, ook als het niet goed uitkomt. Eerlijk zijn over je eigen grenzen, ook als dat betekent dat je verwachtingen moet bijstellen — van jezelf of van anderen.
Het zijn precies die ogenschijnlijk kleine keuzes die op de lange termijn het verschil maken tussen iemand die het werk goed en duurzaam kan doen, en iemand die vroeg of laat tegen zijn grenzen aanloopt.

Duiken als werk is fysiek belastend — vaak meer dan je in eerste instantie beseft. Het zijn niet alleen de duiken zelf, maar alles eromheen: meerdere duiken per dag, het tillen en verplaatsen van uitrusting, werken in de zon, omgaan met zout water, en ondertussen alert blijven voor wat er om je heen gebeurt. En ook de hele dag “aanstaan” – sociaal zijn en leuk doen. Die fysieke belasting is reëel, en wie daar geen rekening mee houdt, loopt vroeg of laat tegen zijn grenzen aan.
Maar minstens zo belangrijk — en vaak minder benoemd — is een andere vorm van vermoeidheid: duikmoeheid in de zin van mentale verzadiging. Op een gegeven moment merk je dat het enthousiasme minder vanzelfsprekend wordt. Dat je minder uitkijkt naar de volgende duik. Dat het iets wordt wat je doet, in plaats van iets waar je zin in hebt. Niet omdat er iets mis is, maar omdat herhaling zijn werk doet. Dat is geen falen. Het is een logisch gevolg van iets wat ooit bijzonder was en nu routine is geworden.
Juist daarin schuilt een risico. Want waar plezier en betrokkenheid afnemen, neemt vaak ook je scherpte af — niet per se omdat je fysiek moe bent, maar omdat je mentaal minder aanwezig bent. Je doet wat je moet doen, maar minder bewust. Met minder aandacht. En dat zijn precies de momenten waarop kleine dingen over het hoofd worden gezien. Duikmoeheid is zelden iets dat zich plotseling aandient. Het is subtiel en sluipend. Je went eraan. Je herkent het niet meteen als probleem, omdat alles ogenschijnlijk nog “gewoon goed gaat”. Totdat een situatie net iets meer van je vraagt dan je op dat moment bereid of in staat bent om te geven.
Daarom is goed voor jezelf zorgen meer dan alleen fysiek herstel. Het gaat ook om het bewaken van je motivatie en je betrokkenheid. Afwisseling zoeken, soms een stap terug doen, bewust kiezen wanneer je wel en wanneer je niet duikt — dat zijn geen luxe keuzes, maar onderdeel van duurzaam professioneel functioneren. Je hoeft niet elke duik te doen. Je hoeft niet altijd “ja” te zeggen. Sterker nog: weten wanneer je dat níet doet, is een van de belangrijkste vaardigheden die je als duikprofessional ontwikkelt. Want uiteindelijk gaat het er niet alleen om dat je het werk kunt doen — maar dat je het goed blijft doen, ook op de lange termijn.

Als duiken je werk wordt, verandert je relatie met het duiken. Wat ooit iets bijzonders was — iets waar je naar uitkeek — wordt onderdeel van je dagelijkse routine. Dat is onvermijdelijk. Maar het betekent ook dat plezier niet langer vanzelf komt. Je moet er iets actiever mee omgaan.
Dat begint met het besef dat plezier in je werk geen gegeven is, maar iets wat onderhoud vraagt. Zeker in een beroep waarin herhaling een grote rol speelt. Dezelfde locaties, dezelfde briefings, dezelfde oefeningen — dag na dag. Wat voor de ene persoon nieuw en spannend is, is voor jou vaak al de zoveelste keer.
Daarom is het belangrijk om manieren te vinden om het voor jezelf interessant te houden. Dat kan door variatie op te zoeken: nieuwe duikplekken ontdekken, andere rollen oppakken binnen je team, jezelf blijven uitdagen met opleidingen of specialties, of simpelweg blijven leren en nieuwsgierig blijven naar wat er onderwater gebeurt. Kleine veranderingen kunnen al voldoende zijn om je blik weer te verscherpen.
Ik probeer er eigenlijk voor te zorgen dat ik ieder jaar weer iets nieuw leer binnen het duiken. Toen ik als beginnende instructeur een aantal Open Water en Advanced-cursussen heb gegeven, vond ik het geweldig om mijn expertise te kunnen verbreden en ook specialty-cursussen te kunnen aanbieden. Ik begon met nachtduiken en diepduiken als ik het me goed herinner. Kort daarna volgde mijn brevet als instructeur voor de lionfish-cursus – iets helemaal anders dan het gewone duiken. Dat kunnen overbrengen op cursisten was – en is – geweldig en perfecte afwisseling tussen de gewone gidsduiken, introductieduiken en Open Water-cursussen in. In sommige van die specialties ben ik gelijk instructeur geworden, andere heb ik eerst als student aangeleerd en de nodige ervaring in opgedaan voordat ik ermee aan de slag ging als instructeur. Ondertussen staat de teller op meer dan 20 specialties, waarvan sommige ondertussen ook routine zijn geworden, maar andere mezelf nog steeds scherp houden als instructeur.
Ik ben op een bepaald moment een cavern-cursus gaan volgen, het eerste niveau van het grotduiken, gewoon omdat ik nieuwsgierig was naar het grotduiken. En ook omdat ik er een betere sidemountduiker van zou worden. Dat was een bijzondere ervaring: mijn instructeurs (die wisten dat ik instructeur was) waren niet mals en deden me voelen dat ik echt weer een beginner was en een steile leercurve te gaan had.
Ik kan het iedereen aanraden om zoiets te doen: kijk eens wat je binnen het duiken nog kunt leren dat je nog niet kunt. Hoe leuk is het om weer even student te zijn en iets helemaal nieuws te leren? Wetende dat je er een veelzijdigere duiker van wordt. Probeer eens iets nieuws. Duiken met een volgelaatsmasker bijvoorbeeld, of met een DPV, of kijk eens of je een cursus technisch duiken kunt volgen, of misschien een freedive-cursus, of een ecologie-cursus. Ook al ga je daar niet meteen iets mee doen als duikprofessional, het maakt je een completere duiker en daardoor ook een betere instructeur. Ik mag dan al meer dan 20 specialties hebben, ik ben nog lang niet klaar met leren! Er is altijd weer iets nieuws te ontdekken.
Maar soms zit het antwoord juist in het tegenovergestelde. Af en toe niet duiken. Even afstand nemen. Jezelf toestaan om geen onderdeel te zijn van de dagelijkse routine. Het is zowel fysiek als mentaal gezond om na een drukke week een dag of twee niet te duiken. En als je een keer op vakantie gaat (ook wie op een vakantiebestemming woont heeft af en toe nood aan vakantie), zoek dan liever een heel andere omgeving op: kijk of je ergens de bergen in kunt, of maak een citytrip met musea en/of winkelcentra. Er zijn vast legio mogelijkheden bij jou in de buurt en die passen binnen jouw budget.
Dat voelt in het begin misschien tegenstrijdig — zeker als duiken ooit je passie was. Maar juist die afstand kan ervoor zorgen dat je weer met frisse energie terugkomt. Dat je opnieuw ziet wat het zo bijzonder maakt. Plezier is niet vanzelfsprekend. Maar het is wel essentieel. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de mensen met wie je werkt. Enthousiasme is voelbaar. Net zoals het ontbreken ervan.
Als duiken je werk wordt, moet je ergens anders weer plezier vinden — of opnieuw leren waarom je ooit bent begonnen. En soms is dat geen groot inzicht, maar iets kleins: een mooie duik, een geslaagde cursus, of een moment waarop je ziet dat iemand onder water echt op zijn gemak is. Dat zijn de momenten die het werk de moeite waard blijven maken.

In dit hoofdstuk hebben we gekeken naar wat er gebeurt wanneer duiken meer wordt dan een hobby. Hoe je relatie met het duiken verandert zodra het je werk wordt. Wat de realiteit is van werken in de duikindustrie — financieel, praktisch en sociaal. We hebben stilgestaan bij het werken met mensen, bij de dynamiek van een wereld die klein is en tegelijk voortdurend in beweging, en bij de minder zichtbare kanten van het vak: verantwoordelijkheid, grenzen, vermoeidheid en het bewaken van jezelf. En we hebben gekeken naar wat ervoor nodig is om dit werk op de lange termijn vol te houden — en om het plezier erin niet kwijt te raken.
Uiteindelijk is werken als duikprofessional geen baan zoals elke andere. Het is een manier van leven — met alle vrijheid en alle verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Het is een leven waarin je veel ziet, veel meemaakt en veel mensen ontmoet. Je komt op plekken waar anderen alleen op vakantie komen, je werkt in een omgeving die voor velen voelt als een droom, en je deelt dagelijks ervaringen die voor andere mensen uitzonderlijk zijn. Maar diezelfde omgeving vraagt ook iets van je. Het vraagt dat je aanwezig bent, scherp blijft, verantwoordelijkheid neemt — ook op momenten dat je daar misschien even geen zin in hebt.
Het is ook een leven waarin je voortdurend keuzes maakt. Over hoe je werkt, hoe je met mensen omgaat, hoe je voor jezelf zorgt. Over wanneer je doorgaat en wanneer je stopt. Over wat je accepteert en waar je je grens trekt. Kleine keuzes, vaak. Maar wel keuzes die zich opstapelen en uiteindelijk bepalen hoe je dit werk ervaart — en hoe lang je het volhoudt.
Sommige mensen blijven erin hangen. Voor hen wordt het een levenslange route. Voor anderen is het een fase — een periode van een paar maanden of een paar jaar, die daarna weer plaatsmaakt voor iets anders. Maar voor bijna iedereen geldt: het laat je niet onberoerd. Het vormt je. Het scherpt je. En het leert je iets — niet alleen over duiken, maar ook over jezelf.
Je leert omgaan met verantwoordelijkheid, met vrijheid, met mensen, met grenzen. Je leert wanneer je moet doorgaan, en wanneer je beter even een stap terug kunt doen. Je leert dat plezier niet vanzelfsprekend is, maar iets wat je actief moet blijven opzoeken en beschermen. En misschien is dat uiteindelijk wel de kern van dit vak. Niet hoe goed je duikt. Niet hoeveel duiken je hebt gemaakt. Niet hoeveel cursussen je hebt gegeven. Maar hoe je omgaat met alles eromheen. Hoe je je werk doet wanneer niemand kijkt. Hoe je keuzes maakt als het makkelijker zou zijn om dat niet te doen. En hoe je ervoor zorgt dat je het niet alleen vandaag goed doet — maar ook morgen, en over een jaar, en nog langer daarna.